Over stress die je niet voelt (tot het te laat is)
In De Raad van Aad deelt Aad maandelijks een observatie uit de praktijk. Soms naar aanleiding van actuele ontwikkelingen, soms gebaseerd op wat hij dagelijks tegenkomt in organisaties. Geen theorie om de theorie, maar een nuchtere blik op werk, gezondheid en verantwoordelijkheid.
Iedereen kent wel iemand die “plotseling” uitviel. Een collega, een leidinggevende of iemand in de directe omgeving. Vaak volgt dezelfde reactie: “Dat had ik nooit zien aankomen.”
Maar in de praktijk komt het zelden echt onverwacht.
Neem Jan. Geen bijzonder geval. Hij werkt hard, is betrokken en zelden ziek. Als je vraagt hoe het gaat, zegt hij: “Druk, maar dat hoort erbij.” En precies daar zit het probleem. Druk zijn is normaal geworden. Altijd bereikbaar, altijd door. Wie niet druk is, lijkt iets uit te leggen te hebben.
Stress voelt voor veel mensen als iets wat anderen overkomt. Mensen die het niet aankunnen. Totdat het eigen lichaam signalen begint af te geven.
Stress sluipt erin……
Stress kondigt zich zelden luid aan. Het bouwt zich langzaam op. Slechter slapen, vaker moe wakker worden, minder concentratie, sneller geïrriteerd reageren of onverklaarbare lichamelijke klachten. Omdat deze signalen geleidelijk ontstaan, passen mensen zich aan. Nog even doorzetten, nog even volhouden.
Het hoofd is daar bijzonder goed in. “Na deze periode wordt het rustiger.” “Het hoort erbij.” Het lichaam is minder meegaand. Dat registreert belasting, geen agenda’s.
Het lichaam liegt niet……
Hoofdpijn, gespannen schouders, een korter lontje of steeds vaker verkouden zijn, zijn zelden losse toevalligheden. Het zijn signalen dat de balans tussen belasting en herstel zoekraakt. Dat zegt niets over inzet of motivatie. Integendeel: juist betrokken mensen lopen het risico te lang door te gaan.
Gezond werken is realistisch werken……
Gezond werken gaat niet over minder inzet, maar over passende inzet. Werk dat aansluit bij de persoon, de levensfase en de omstandigheden van dat moment. Wat vandaag goed gaat, kan over vijf jaar anders zijn. Dat is geen falen, dat is normaal.
Een arbodienst kan daarbij ondersteunen als onafhankelijke sparringpartner: signalerend, adviserend en preventief. Niet als controleur, maar als hulp om werk duurzaam uitvoerbaar te houden.
De Raad van Aad
Vraag jezelf niet alleen af of je dit nog even volhoudt, maar ook wat je nodig hebt om dit werk over vijf jaar nog gezond en met plezier te doen. Die vraag op tijd stellen is geen zwakte, maar professioneel handelen.